Blog
20 augustus 2026
Het kabinet wil het aftrekpercentage van de Energie-investeringsaftrek per 1 januari 2027 verhogen van 40% naar 45,5%. Wie in het najaar van 2026 een offerte voor zonnepanelen, een warmtepomp of een energiezuinige installatie op tafel heeft liggen, denkt dan al snel: even wachten tot januari.
Reken het na en dat blijkt in de meeste gevallen een dure gedachte. Het extra belastingvoordeel komt neer op ongeveer 1 tot 1,4 procent van je investering. De energiebesparing die je in die maanden misloopt, is bij vrijwel elk bedrijfsmiddel op de Energielijst groter. En dan heb je het risico dat de maatregel niet doorgaat nog niet meegerekend.
Hieronder de cijfers, de regel die bepaalt in welk jaar je investering valt, en de vier risico’s die je erbij koopt.
Op 20 april 2026 stuurde het kabinet de Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok naar de Tweede Kamer. Maatregel 20 in de bijlage bij die brief:
“Het aftrekpercentage van de EIA wordt per 1 januari 2027 verhoogd van 40% naar 45,5%. De ruimte hiervoor wordt gevonden in de budgetreserve van de regeling. Omdat het budget niet verhoogd wordt, leidt dit niet tot een aanvullende dekkingsopgave.”
Twee dingen om vast te houden. Het is een herstel, geen nieuwe stimulans: het percentage stond tot en met 2023 al op 45,5% en werd per 1 januari 2024 verlaagd naar 40%. En het geld komt uit een spaarpotje, niet uit extra budget. Daar komen we bij risico twee op terug.
Belangrijker nog: dit is nog geen wet. De maatregel staat op de voorlopige maatregelenlijst voor het Belastingplan 2027 (Ministerie van Financiën, 10 juni 2026). Dat wetsvoorstel wordt op Prinsjesdag — dinsdag 15 september 2026 — ingediend en moet daarna nog door de Tweede en de Eerste Kamer. Op wetten.overheid.nl staat voor 2027 op dit moment gewoon nog 40%.
Neem een investering van € 100.000 in een bedrijfsmiddel dat op de Energielijst staat.
Dat is de kern van het misverstand. “5,5 procentpunt extra aftrek” klinkt fors, maar de EIA is geen subsidie — het is een extra aftrekpost. Wat je er netto aan overhoudt, hangt af van je belastingtarief. Bij vennootschapsbelasting komt het verschil uit op 1,0 tot 1,4 procent van je investeringsbedrag.
Betaal je inkomstenbelasting, dan ligt het verschil iets hoger, omdat je box 1-tarief hoger kan zijn. Maar de mkb-winstvrijstelling (12,7% in 2026) knabbelt daar weer een deel vanaf, en de exacte uitkomst hangt af van je schijf. Laat dat narekenen door je boekhouder in plaats van af te gaan op een vuistregel.
Hier wordt het interessant, en dit is de rekensom die je nergens anders ziet staan.
Om überhaupt op de Energielijst te komen, moet een maatregel volgens de EIA-systematiek een terugverdientijd tussen 5 en 25 jaar hebben. Die terugverdientijd zegt precies hoeveel je per jaar bespaart: bij tien jaar bespaar je jaarlijks een tiende van je investering.
Draai dat om, en je weet wat uitstel kost:
Zet dat naast het belastingvoordeel van 1,0 tot 1,4 procent, en het break-evenpunt ligt bij een terugverdientijd van ongeveer achttien tot vierentwintig jaar. Dat is de uiterste bovenkant van wat de EIA toelaat. Voor zo ongeveer elke maatregel die daar onder zit — en dat is de overgrote meerderheid — kost drie maanden wachten je meer dan het oplevert.
Als je toch uitstelt, is dit de regel waar het misgaat.
Artikel 3.43 van de Wet inkomstenbelasting 2001 zegt dat “investeren” betekent: het aangaan van de verplichting. Niet de factuurdatum, niet de betaaldatum, niet de leverdatum, niet de datum van ingebruikname. RVO formuleert het in de brochure bij de Energielijst 2026 zo:
“Het ‘aangaan van een verplichting’ is het moment waarop u kunt bepalen wat u heeft gekocht tegen welke prijs. Dit is vaak het moment dat de koopovereenkomst wordt getekend, maar kan bijvoorbeeld ook het moment zijn waarop mondeling of digitaal een opdracht wordt gegeven.”
Teken je in december 2026 en wordt er in maart 2027 geleverd en betaald? Dan is het een investering van 2026, tegen 40%. Levering vertragen helpt niet. Betaling vertragen helpt niet.
Er bestaat wel een regel die de aftrek over meerdere jaren spreidt — artikel 3.44 — voor het geval een bedrijfsmiddel aan het eind van het jaar nog niet in gebruik is genomen. Je mag dan in dat jaar niet meer aftrekken dan je hebt betaald, en de rest schuift door naar latere jaren. Maar die regel verplaatst alleen het moment waarop je de aftrek neemt, niet het percentage. Het totale bedrag ligt vast in het jaar waarin je de verplichting aanging.
En denk niet dat je het met een voorbehoud kunt oplossen. De Belastingdienst publiceerde in december 2025 een standpunt (KG:212:2025:5) waarin een opdrachtbevestiging mét subsidievoorbehoud gewoon als investeringsmoment gold. Een voorwaarde die je niet zelf in de hand hebt, schuift het moment niet op.
Wat je vooral niet moet doen: een order uit 2026 annuleren om hem in 2027 opnieuw te plaatsen terwijl je de EIA al hebt geclaimd. Artikel 3.47 behandelt het ongedaan maken van een investering als een vervreemding, en dan krijg je een desinvesteringsbijtelling.
1. Het is nog geen wet. Tot Prinsjesdag ligt er geen wetsvoorstel, tot half december geen aangenomen wet. Adviseurs die erover schrijven zetten er standaard een voorbehoud bij, en terecht.
2. Het budget gaat niet omhoog. Dat staat letterlijk in het kabinetsstuk: de verhoging wordt betaald uit de budgetreserve — de onderuitputting van eerdere jaren. Dat is een eenmalige buffer. En de cijfers laten zien hoe snel die op kan raken: in 2023 was het EIA-budget € 249 miljoen terwijl er voor € 336 miljoen aan voordeel werd geclaimd, een overschrijding van 35 procent. Precies daarom ging het percentage per 2024 omlaag. Het gebruik zakte daarna in, het budget steeg naar € 460 miljoen in 2026, en zo ontstond de reserve die nu wordt uitgegeven. Veert het gebruik terug naar het niveau van 2023 én ligt het voordeel per euro 13,75 procent hoger, dan is die ruimte smaller dan hij lijkt.
3. De minister mag de regeling stilleggen — en heeft dat gedaan. Artikel 3.52 van de Wet IB 2001 geeft de minister van Financiën de bevoegdheid het EIA-percentage bij ministeriële regeling te vervangen, om het gebruik in evenwicht te brengen met het budget. In november 2007 gebeurde dat: het percentage van EIA én MIA ging naar 0% voor de rest van het jaar, met terugwerkende kracht tot de dag van aankondiging. Reden: een verwachte overschrijding van zo’n € 25 miljoen. Wie tussen 28 november en 31 december 2007 een verplichting aanging, kreeg niets.
Eerlijk erbij: dat is achttien jaar geleden en sindsdien niet meer voorgekomen. Het systeem waarbij overgebleven budget meeschuift naar het volgende jaar heeft sinds 2008 gewerkt. Maar de bevoegdheid staat nog in de wet, en RVO waarschuwt er in de eigen brochure gewoon voor. Het is een klein risico, geen theoretisch risico.
4. De Energielijst 2027 is pas eind december bekend. Dit is het argument dat het vaakst wordt vergeten. Welke bedrijfsmiddelen in aanmerking komen, staat op de Energielijst die geldt op het moment van je investering. Die lijst verandert elk jaar, en de lijst voor 2027 wordt pas eind december 2026 in de Staatscourant gepubliceerd — ná het moment waarop je je beslissing moet nemen.
Kijk naar wat er in 2026 gebeurde. Cv-ketels als hoofdverwarming: geschrapt. Elektromotoren: alleen nog vanaf efficiëntieklasse IE5, waar IE4 nog volstond. Warmtepompboilers en lucht-waterwarmtepompen: alleen nog met een halogeenvrij koudemiddel. En er kwamen maximale investeringsbedragen bij.
Vijfenveertig komma vijf procent van niets is nog steeds niets. Wie uitstelt, ruilt een bekend percentage op een bekende lijst in voor een hoger percentage op een lijst die hij nog niet kent.
Er is één situatie waarin de rekensom omdraait, en die is spiegelbeeldig aan wat iedereen denkt: als je toch al van plan was om begin 2027 te investeren, haal het dan niet naar voren.
Dat klinkt vanzelfsprekend, maar in de praktijk gebeurt het omgekeerde. Ondernemers proberen investeringen nog in het lopende boekjaar te krijgen om de winst te drukken. Als je project sowieso in het eerste kwartaal van 2027 landt, kost het vervroegen naar december je 5,5 procentpunt aftrek zonder dat je er iets voor terugkrijgt.
Verder is uitstel te overwegen als je een maatregel met een lange terugverdientijd hebt — richting de twintig jaar of meer — en de opdracht toch al tegen de jaarwisseling aan zit. Dan is het verschil klein en kun je net zo goed januari afwachten. Maar wacht in dat geval wel op de gepubliceerde Energielijst 2027 voordat je tekent.
Bij lease is de vraag wie de investering doet, en dat verschilt per vorm.
Bij financial lease activeer je het bedrijfsmiddel zelf op je balans. Je bent daarmee de investeerder en kunt in beginsel EIA claimen — maar alleen over de economische waarde van het bedrijfsmiddel, niet over de totale leasesom. Het rentedeel telt niet mee. De Belastingdienst heeft over het betaalmoment bij financial lease een standpunt gepubliceerd (KG:212:2022:7): dat is het moment waarop de overeenkomst wordt gesloten.
Bij operational lease blijft de leasemaatschappij eigenaar en activeert die het bedrijfsmiddel. De leasemaatschappij is dan de investeerder; jij hebt huurkosten. Interessant detail: artikel 3.45 sluit terbeschikkingstelling aan derden wél uit voor de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek, maar voor de EIA alleen in buitenlandsituaties. Een Nederlandse leasemaatschappij kan dus in beginsel EIA claimen op bedrijfsmiddelen die aan Nederlandse ondernemers ter beschikking worden gesteld.
Dit is een punt waar veel online informatie de mist in gaat en waar de gevolgen groot zijn. Leg het voor aan je fiscalist voordat je een contract tekent, en vraag bij operational lease expliciet of en hoe het EIA-voordeel in het tarief is verwerkt.
En nog een laatste ding dat zelden ergens staat: de EIA heeft een horizonbepaling. Volgens artikel 10b.1 van de Wet IB 2001 vervalt artikel 3.42 per 1 januari 2029. Dat betekent niet dat de regeling zeker verdwijnt — horizonbepalingen worden vaker verlengd dan uitgevoerd — maar het is wel een reden om verduurzamingsplannen niet eindeloos vooruit te schuiven.
Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok, 20 april 2026 · Voorlopige inhoud pakket Belastingplan 2027, 10 juni 2026 · Wet inkomstenbelasting 2001, art. 3.42–3.47 en 3.52 · Uitvoeringsregeling energie-investeringsaftrek 2001 · RVO — brochure EIA en Energielijst 2026 · RVO — wijzigingen Energielijst 2026 · RVO — jaarcijfers EIA 2023 · Belastingdienst — Energie-investeringsaftrek 2026 · Kennisgroepstandpunt KG:212:2025:5 — investeringstijdstip bij voorbehoud · Kennisgroepstandpunt KG:212:2022:7 — financial lease · Staatscourant 2007, nr. 230 — buitentoepassingstelling EIA/MIA/Vamil
Blog
Blog
Blog