Hoe vergelijk ik leaseaanbiedingen correct?

Twee offertes voor dezelfde auto kunnen €80 tot €150 per maand van elkaar afwijken zonder dat de auto of het servicepakket wezenlijk verschilt. De maandprijs wordt bepaald door vier variabelen: (1) de restwaarde die de aanbieder instelt, (2) het rentepercentage, (3) de scope van het onderhoudspakket, en (4) de bandenspecificatie. Het verschil in restwaardeinschatting alleen al kan bij een auto van €40.000 en een looptijd van 48 maanden een verschil van €60 tot €100 per maand veroorzaken.

De Consumentenbond publiceerde vergelijkingsonderzoek waaruit blijkt dat consumenten bij leaseproducten structureel moeite hebben met het vergelijken van aanbiedingen door inconsistente prijspresentaties (inclusief en exclusief BTW, met en zonder winterbanden, met en zonder inboedeldekking) (consumentenbond.nl). Een offerte vergelijken op alleen de kale maandprijs geeft daardoor een vertekend beeld. De Consumentenbond stelde in haar leaseonderzoek (2024) vast dat twee offertes voor identieke auto’s van verschillende maatschappijen tot €150 per maand kunnen verschillen puur door afwijkende restwaardeinschattingen.

De meest onderschatte vergelijkingsvariabele is de restwaarde als absoluut bedrag. Aanbieders presenteren de restwaarde zelden proactief, maar dit getal bepaalt hoeveel van de autowaarde je in 48 maanden “verbruikt”. Vraag altijd de residuele waarde op als euro-bedrag en trek dit af van de catalogusprijs: het verschil is de afschrijving die je via de leasetermijnen financiert. Een aanbieder met een hogere restwaardeinschatting van €3.000 op hetzelfde model levert bij 48 maanden een structureel lagere maandprijs op van ongeveer €62 per maand.